[1] En te dienzelfden dage zult gij zeggen: Ik dank U, HEERE! dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgekeerd, en Gij troost mij.
[2] Ziet, God is mijn Heil, ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de Heere HEERE is mijn Sterkte en mijn, en Hij is mij tot Heil geworden.
[3] En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils;
[4] En zult te dienzelfden dage zeggen: Dankt den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken! vermeldt, dat Zijn Naam verhoogd is.
[5] zingt den HEERE, want Hij heeft heerlijke dingen gedaan; zulks zij bekend op den gansen aardbodem.
[6] Juich en zing vrolijk, gij inwoners van Sion! want de Heilige Israels is groot in het midden van u.