Aan Psyche, Fidessa en Babel hebben wij gezien, dat Couperus in zijne sproken, of allegorieën, of phantasieën, voorwaar geen geringer werk geeft, dan in zijne romans. Namelijk: voor hen die ze verstaan. Men mag gelooven, dat Couperus juist in die creaties van vagere gestalte zijn eigen innerlijkste en beste en liefste heeft neêrgelegd: dat hij ze meer voor zichzelf gemaakt heeft, dan voor een publiek. De romans kan iedereen volgen, waardeeren, of critiseeren; maar deze sproken kunnen slechts begrip en appreciatie vinden bij de met den dichter min of meer gelijk-voelenden, - en die kunnen niet anders dan betrekkelijk slechts weinigen zijn. (Uit: J. van den Oude. Uit de poppenkraam onzer romantiek (1903))
LibriVox recordings are public domain in the United States; copyright status may differ elsewhere.
Chapters
- Chapter 1
Van de prinses met de blauwe haren
29:22 - Chapter 2
Van de kristallen torens
35:56 - Chapter 3
Over lichtende drempels 1-2
24:52 - Chapter 4
Over lichtende drempels 3
24:54 - Chapter 5
Over lichtende drempels 4 - 6
33:50 - Chapter 6
Over lichtende drempels 7 - 9
32:51 - Chapter 7
Over lichtende drempels 10 - 12
31:33 - Chapter 8
Van dagen en seizoenen
17:58 - Chapter 9
Van de onzalige erfenis 1 - 2
19:38 - Chapter 10
Van de onzalige erfenis 3
25:56